Bewegen helpt leren

Een lokaal vol op en neer springende kinderen?!
Kinderen die bewegend taal- en rekenles krijgen, presteren beter.

springDat blijkt uit een onderzoek van het Universitair Medisch Centrum Groningen en de Rijksuniversiteit Groningen.
Voor het onderzoek kregen kinderen in de groepen 4 en 5 van verschillende basisscholen in ons land Fit & Vaardigles. Drie keer per week werd een half uur lang bewogen tijdens de taal- en rekenles. Een rekensommetje als 2 keer 3 is 6 werd bijvoorbeeld vergezeld door een spreid-sluit-oefening. Bij het spellen van een woord werd bij elke uitgesproken letter een sprongetje gemaakt. Tijdens het nadenken over een rekensom werd er op de plaats gejogd.

Na twee jaar liepen de kinderen die bewegend les hadden gehad 5 maanden voor met rekenen en spelling op hun leeftijdsgenootjes in de controlegroepen die keurig in hun bankjes moesten blijven zitten.

Door meer aandacht en concentratie zouden kinderen tijdens de bewegende lessen beter bij de les blijven. Uit een eerder onderzoek bleek al dat de bewegende aanpak op langere termijn leidt tot een betere doorbloeding van de hersenen. Bovendien concentreren leerlingen zich na de Fit & Vaardigles ook beter op hun taken in de les erna.

Overgenomen van https://www.driestar-educatief.nl/over-ons/nieuws/springend-kind-leert-beter (nov. 2015)

Delen kan hier!

Breinvriendelijk leren

Breinvriendelijk, daar worden we ons allemaal steeds meer bewust van.

In mijn werk heb ik te maken met jonge kinderen – voor hun manier van leren is gelukkig steeds meer aandacht in het land. Degenen die dit bespreekbaar maken hopen dat er iets significants gebeurt in het

Lukt het de toren van rietjes en spelden om te blazen? Hoe stevig is de constructie?
Lukt het de toren van rietjes en spelden om te blazen? Hoe stevig is de constructie?

onderwijs zodat onze kinderen meer kans van slagen hebben en niet te vroeg als ‘schoolkind’ behandeld gaan worden (en daardoor direct in de zone ‘alarm!’ en ‘extra aandacht’ komen op school). Kinderen groeien nl. niet allemaal even hard, hoe logisch is dat.
En áls ze dan als ‘schoolkind’ geclassificeerd worden, vinden ze het nog steeds leuk om met de handen te werken, reken daar maar op.

Laten de opleidingen en methodemakers hier nu alvast op anticiperen en nadenken over hoe je inzichtelijk houdt waar iedereen mee oefent en áls ze dan toe zijn aan het schoolse leren, zorgen dat de rest van de klas aan het werk kan of blijft op momenten dat de leerkracht nodig is voor dat specifieke kind of groepje kinderen.

Eerlijk gezegd klinkt thuisonderwijs zo gek nog niet. Differentiatie lijkt me daar best goed te doen. Wie heeft daar ervaring mee?

Delen kan hier!